MVO Nederland – Baggeraar Boskalis vaart wel bij Hong Kong-norm

Access the original article

16 October 2015 - Geen mens- en milieuonterende slooptoestanden zoals in India en Bangladesh. Maar daarom ook niet de hoogste prijs voor de te ontmantelen schepen. ‘s Werelds grootste baggeraar, het Nederlandse Boskalis, maakte deze keuze al bijna tien jaar geleden.

Stel je bent een bedrijf in de maritieme sector dat een duurzame koers wil varen. Je ziet echter dat het nog wel even duurt voordat de internationale MVO-afspraken in werking treden. Wat doe je dan? Het Nederlandse Boskalis, kwam voor die vraag te staan. Er is weliswaar in 2009 een ‘Internationaal Verdrag van Hongkong voor het veilig en milieuvriendelijk recyclen van schepen’ aangenomen, maar het is nog altijd niet in werking.

Hong Kong-normen
Arjan Schrijen, Fleet Manager bij Boskalis, vertelt over de keuze die Boskalis maakte: “Wij hanteren al sinds 2006 die ‘Hong Kong-normen’, en hebben er zelf extra normen aan toegevoegd. Daarbij moet je denken aan extra veiligheidsmaatregelen bij het ontmantelen van een schip. Maar ook aan de eis dat een harde ondergrond moet worden gebruikt. Het ‘beachen’ – het ontmantelen van een schip op een strand – doen we niet meer. Bij het slopen van een schip kunnen vervuilende stoffen vrijkomen, en die brengen schade toe aan een strand. Een betonnen ondergrond heeft dat risico niet.” Onder meer deze keuzes hebben ertoe geleid dat Boskalis door het Shipbreaking Platform is uitgeroepen tot Industry Leader op het gebied van het duurzaam ontmantelen van schepen.

De hoogste prijs
Dat een maritiem bedrijf zo veel aandacht aan MVO besteedt is verre van vanzelfsprekend. Schrijen: “Het is echt een bewuste keuze die het management van Boskalis heeft gemaakt. Grofweg zijn er twee opties: of je wilt de hoogste prijs krijgen voor het schip dat je laat ontmantelen. In dat geval komt je schip in landen als India en Bangladesh terecht, waar minder aandacht is voor mens en milieu. De andere optie is wél kiezen voor duurzaamheid, maar accepteren dat je dan minder voor je schepen krijgt. Boskalis heeft voor dat laatste gekozen.”

Om te illustreren hoe zo’n bewuste keuze voor MVO nu in de praktijk werkt, neemt Schrijen ons mee naar Mexico. “Aan de Mexicaanse westkust hadden we drie stationaire zuigers liggen, dat wil zeggen schepen die niet zelf kunnen varen, maar gesleept moeten worden. Ons beleid is dat we voor het ontmantelen kiezen voor gerenommeerde en gecertificeerde scheepswerven, zoals in Gent. Maar slepen van Mexico naar Europa heeft nogal wat consequenties, denk aan de CO2-uitstoot. Over dit dilemma werd contact opgenomen met de NGO Shipbreaking Platform. Besloten werd dat Boskalis op zoek zou gaan naar een lokale werf die weliswaar niet gecertificeerd was, maar wel potentie had. Eentje met onder meer een betonnen ondergrond, een transparante afvalketen en een bereidwillige eigenaar, die onze supervisie zou accepteren en goed begrijpt hoe een schip in elkaar zit. Zo kwamen we terecht bij ISP/Amaya Curiel, van eigenaar Roberto Curiel.”

Op de vingers tikken
Hoewel het met de motivatie van Curiel wel goed zat, en de werf aan een aantal voorwaarden voldeed, was lang niet alles op orde bij de West-Mexicaanse werf. Schrijen: “De gestructureerde sloopmethodiek die nodig is om schoon te slopen, zagen we nog niet terug. Om dat probleem op te lossen hebben we twee absolute experts van Boskalis naar Mexico gestuurd. Zij kenden de betreffende schepen – de Para, de Mercurius en de Amstel – vanbinnen en vanbuiten. Ter plekke hebben ze advies gegeven hoe deze schepen het best konden worden ontmanteld. Ook werd de Universiteit van Baja California ingeschakeld voor het monitoren van de lucht-, water- en bodemkwaliteit en de transparante verwerking van gevaarlijke stoffen.”

Alle betrokkenen kijken nu met volle tevredenheid terug op deze pilot, die aantoont dat het – onder strikte begeleiding en voorwaarden – mogelijk is niet-gecertificeerde werven succesvol in te zetten op MVO-gebied. Schrijen: “Met iemand van het Shipbreaking Platform ben ik naar Mexico gegaan om het resultaat te bekijken. De NGO was zeer positief. Ze verbaasden zich erover dat de praktijk zelfs nog beter was dan wij ze vooraf hadden voorgehouden. De toewijding van de Mexicanen maakte grote indruk. Aan de andere kant was ook Roberto Curiel erg enthousiast. Hij vertelde dat het wel wat tijd kostte voordat zijn personeel de omslag had gemaakt. De medewerkers vonden het eerst best confronterend dat wij ze advies gaven. Dat voelde voor hen als op de vingers tikken. Uiteindelijk heeft de uitgebreide uitleg en begeleiding ook het milieubewustzijn van de medewerkers van de werf sterk vergroot. Doordat we onze kennis met hen hebben gedeeld, zijn ze in staat ook andere, meer veeleisende klanten aan te trekken.”